Wie koopt slaaf Pieter Rubbens vrij?
- door Ivo Ribbens
Hier in het noorden van Europa hebben Vikingen in de vroege Middeleeuwen lelijk huisgehouden. In het zuiden van Europa waren het de Saracenen, zeg maar moslims, die de kusten van Spanje, Zuid-Frankrijk en Italië onveilig maakten. De kruistochten naar Noord-Afrika vanaf de elfde eeuw waren hierop een reactie.
Naar schatting maakten de Saracenen tussen 1500 en 1800 1 tot 1,25 miljoen Zuid-Europese gevangenen buit die dan als slaaf verkocht werden, onder andere in Algiers, Tunis en Tripoli.
Ook rijkgevulde koopvaardijschepen werden gekaapt door Noord-Afrikaanse piraten, de bemanning werd steevast tot slaaf gemaakt en verkocht in Tunis of Algiers. In de 16e en 17e eeuw hielden ook Turkse piraten zich bezig met deze lucratieve mensenhandel, tot in de monding van de Theems waren ze actief.
Dat lot overkwam de 42-jarige Pieter Rubbens uit Duinkerke, hij was minstens gedurende 4 jaar slaaf in Algiers. Pieter behoorde tot een welgestelde familie waarvan de naam in de archieven op heel verschillende manieren werd genoteerd: Ribbens, Rybbens, Rybens, Rubbens… (zie het artikel over de verschillende takken Ribbens en het artikel over een wapenschild)
De erge levensomstandigheden van Pieter Rubbens kennen we door een plakkaat uit 1670. Hij staat vermeld op een lijst van slaven uit (Frans-) Vlaanderen, opgemaakt door de Orde van de Heilige Drievuldigheid.
Een lijst van vrijgekochte slaven uit onze contreien. Bekijk hoelang ze al slaaf zijn, tot 6 jaar op de galeien van Algiers…
Deze christelijke broederorde, beter bekend als Trinitariërs, werd gesticht in 1198 en had als belangrijkste doel het vrijkopen, via donaties en giften, van christelijke slaven uit islamistisch gebied. Soms boden de monniken zelfs zichzelf aan als gijzelaar in ruil voor de vrijlating van anderen, een daad van ultieme naastenliefde. In de volksmond sprak men van de ezelbroeders, omdat ze zich destijds verplaatsten met ezels.
Een andere orde, de Orde van de Mercedariërs, had dezelfde doelstelling. Ook zij probeerden bij de familie van de tot slaaf gemaakten of in hun geboorteplaats fondsen te verzamelen.
Wie het document goed leest zal merken dat er staat: ‘ghekocht binnen de stadt Algiers in Barbarijen’.
Onze Pieter Rubbens is dus vrijgekomen dankzij de Trinitariërs die een klooster hadden in Hondschote, nabij Duinkerke. Tegen welke prijs en wat er van Pieter geworden is, hebben we (nog) niet kunnen achterhalen.
In Vlaanderen werden op meerdere plaatsen broederschappen van de Trinitariërs gesticht.
Geketende slaven aan de voet van een broeder Trinitariër met het typische rood en blauw kruis. Op de achtergrond onderhandelt een broeder met een Turkse sultan.
Die ezelbroeders wisten verdraaid goed hoe ze hun marketing moesten verzorgen. In tientallen kerken lieten ze schilderijen hangen (die hangen er nog steeds!) over het vrijkopen van slaven met bijhorende offerblok in de vorm van een geketende slaaf. Ze maakten lijsten van de slaven die ze zouden vrijkopen om bij de familie en in hun dorp fondsen te ronselen. Bij elke geslaagde vrijkoping organiseerden de Trinitariërs een slavenprocessie, waar de ex-slaven al dan niet geketend meeliepen. Met bijhorende affiches. Een beetje dramatiek hielp toen ook al om extra aalmoezen te verwerven.
In kerken in Oudenaarde, Gent, Wervik, Veurne-Lo, Lendelede, Poperinge, Brugge en Ouwegem vinden we nog sporen van de Trinitariërs.
Offerblok in de vorm van een geketende slaaf uit de Sint-Medarduskerk in Wervik.
Nog enkele randbemerkingen: Gedurende meer dan 1000 jaar hadden de Arabieren een monopolie op de slavenhandel, ook van zwarte slaven naar Amerika. Lang voordat de Europeanen delen van Afrika koloniseerden.
Momenteel zijn er nog Trinitariërs actief! Ze helpen om gevangenen van IS vrij te krijgen in Syrië en Irak. Ze proberen ook kindsoldaten vrij te kopen in Zuid-Soedan, Congo en Oeganda.
Aanverwante artikels
• Over de familie Ribbens/Rybens uit Duinkerke en hun wapenschild
• De Duinkerkse tak
Bronnen
• www.historiek.net
• www.widopedia.eu
• www.dbnl.org
• www.erfgoedinzicht.be
• Encyclopaedia Britannica